De wonderlijke herkomst van avontuur

Het woord avontuur heeft iets spannends, iets onbekends en misschien zelfs iets jeugdigs. Een piraat dat op avontuur gaat om een verzonken schat te vinden. Een reisgezelschap van elven, hobbits en mensen die op reis gaan om een ring in een groteske vulkaan te werpen. Ze gaan op een spannende trip waarbij van alles kan gebeuren. Kijken we naar de herkomst van avontuur, dan mogen we de Fransen bedanken voor dit prachtige woord.

Oui, oui! Avontuur hebben we namelijk geleend van de oudfranse taal. “Aventure” (lotgeval), zeiden zij al omstreeks de 11e eeuw. Zij waren zo verzot op dit woord, dat het in spelling helemaal niets veranderd is. Op hun beurt hebben de Fransen het verbasterd van het Latijnse adventura, wat voorval betekent. De stam voor avontuur te vinden in het Latijnse advenīre: gebeuren. Een avontuur was dus letterlijk een gebeurtenis!

Avontuur zonder v

Wij Nederlanders vinden het bijzonder leuk om een woord door de jaren heen helemaal overhoop te gooien. Zo kenden we aan het begin van de Middeleeuwen de letter ‘v’ nog niet, en spelden we dergelijke woorden steevast met een u. Toen het oudfranse aventure in 1236 zijn vuurdoop maakte in onze taal, spelden wij het dan ook als ‘auenture’ (geval). In 1540 maakten we er ‘auonturere’ (lot, dat wat iemand overkomt) van. Pas vierhonderd jaar na die kenmerkende vuurdoop, in 1612, ging het wat op het huidige avontuur lijken: avontuertjen.

Leuk feitje: Hoe we vanuit de etymologie van aven-, naar avon- zijn gegaan? Volgens het Etymologisch Woordenboek danken we dit waarschijnlijk aan onszelf: wij spraken het steevast foutief als avontuur uit! Het verkeerd interpreteren, opschrijven of uitspreken van een woord wordt ook wel volksetymologie genoemd.

Een wonderlijk lotgeval

Toen auenture in onze taal werd geïntroduceerd, werd het op een hoop verschillende manieren gebruikt. Toch was het vooral de oorspronkelijke, meer beschrijvende, Franse herkomst van avontuur die er doorheen sluimerde. Het stond in den beginne synoniem aan gebeurtenis, lotgeval of het gebeuren. Toch gingen wij het steeds meer onder een derde betekenis gebruiken: “een vreemd, wonderlijk (lot)geval.” En laat de Middeleeuwen nou net een tijdperk zijn waarin men veelvuldig legendes, fabels en reizen beschreef. Dergelijke verhalen noemde men steeds vaker avonturen.

“Wij comen van ien avontuertjen’, zei men op een goede dag in 1612. Het zou zomaar van een trots kind tegen zijn ouders kunnen komen. Zijn huidige betekenis was geboren: een spannende belevenis. 

Nog een leuk feitje: Wist je dat er in 1599 al een etymologisch woordenboek voor onze taal was? Nederlandse taalgeleerde Kiliaan spelt in zijn Etymologicum Teutonicae Linguae (iets als Etymologie van de Germaanse Talen, boeken werden toen nog veel in het Latijn geschreven) avontuur als auendure (avendure). Zelfs het woord avonturier (auendurier) kwam er al in voor! Episch!