De vrolijke geschiedenis van het woord kerst

Kerst is een prachtig symbool voor samenzijn, gezelligheid, warmte en, natuurlijk, cadeautjes. De geschiedenis van het woord kerst heeft echter alles te maken met het Christelijke geloof en de geboorte van Jezus Christus. Wist je dat deze beste man in het oude Nederlands letterlijk kerst van achternaam heette?

“Ihezus Kerst”, is de Middelnederlandse benaming voor Jezus Christus tijdens de Middeleeuwen. En nagenoeg al onze woorden die met kerst te maken hebben, zijn hiervan afgeleid.

Bijzonder: het Etymologisch Woordenboek stelt dat kerst vroeger echter alleen in samenstellingen werd gebruikt. In 1236 zeiden we bijvoorbeeld Kerstdach (kerstdag) als we over het feest spraken. Ook Kerstnacht en Kersmisse (kerstmis) komen in de late Middeleeuwen zo in de taal voor. Pas in 1719, op den tweeden dagh van Kers, duikt het woord pas los op.

Leuk feitje: Katholieken en protestanten bakkeleiden vroeger graag hoe kerst nou genoemd moest worden. Katholieken hadden het doorgaans over kerstmis, terwijl protestanten het aankaartten als kerstfeest. De ‘-mis’ staat hierbij voor de mis die bij de Katholieken vooraf ging (Christus-mis).

Oorsprong van kerst: de Griekse taal

Nu gaat de geschiedenis van het woord kerst nog een stukje verder terug, want het is wel degelijk afgeleid van het oorspronkelijke woord: Christus. Dit de Latijnse variant van het Griekse Χριστός (christos); de gezalfde. Hij heet dus eigenlijk: Jezus de Gezalfde.

Dit is niet een naam die hij vanaf zijn geboorte al meedroeg (vroeger deden ze nog niet aan achternamen): gezalfde heeft betrekking op de koninklijke daden die Jezus in de Bijbel heeft verricht. Het waren dus anderen die hem op basis hiervan zo gingen noemen. Vergelijk het met Karel de Grote (hij had een heel groot koninkrijk).

Kerst vieren op 25 (en 26) december

De reden dat we Kerstmis vieren op precies 25 (en 26) december is wat discutabeler. Het is namelijk niet helemaal zeker wanneer Jezus geboren is, al worden deze data wel aangenomen door veel Christenen (binnen het geloof wordt echter ook vaak 21 december als geboortedag genoemd).

Het kan ook zomaar uit praktische overwegingen zijn: toen de Romeinse keizer Constatijn de Grote het in de vierde eeuw uitriep tot officiële christelijke feestdag, was men op de 25e toch al vrij vanwege de feestdagen der saturnaliën! De Romeinen noemden kerst toen waarschijnlijk Nātīvitās: de geboorte.

Nog een leuk feitje: Waar de kerstboom wegkomt? Omdat zijn bladeren altijd groen blijven, was de spar rond het jaar 0 al een vruchtbaarheidssymbool bij Germaanse culturen. Zij zetten deze vermoedelijk ook bij hun huizen in de winter.

Meer etymologievoer: de magische betekenis achter sprookje
Wist je dat… de oude Germanen hun jaren vroeger in winters rekenden?