De gure etymologie van winter

Winter is coming, wordt treffend gesteld in de Game of Thrones-boeken van George R.R. Martin. Nu ben ik zelf geen groot fan van de serie, maar de metafoor is treffend: naderend onheil en barre tijden. Dan moet de etymologie van winter wel even guur zijn, toch?

Van oudsher speelt de winter al een belangrijke rol in Europa. Germaanse culturen deelden hun jaren zelfs op in het aantal winters. Het is dan ook (net als dorp) een van de oudste woorden in onze taal: in het oudfries sprak men rond 700-800 al van Uuinter (uu = w), terwijl de rest van het ons taalgebied het toentertijd over uuintar had. In 1050 begonnen we hier winter in de betekenis van koudste jaargetijde te hanteren: Uuntarmanoth (wintermaand), schreef men volgens het Etymologisch Woordenboek in dat jaar.

Leuk feitje: Vroeger kenden wij maar twee seizoenen: de zomer en de winter. Dit is waarschijnlijk  ook waarom men jaren in winters rekende; na maandenlange barre kou, brak een warme (oogst)tijd aan. Een nieuw jaar.

Winter: het witte of toch natte jaargetijde?

De etymologie van winter leidt ons waarschijnlijk naar het norden of westen van Europa. De daadwerkelijke herkomst is helaas onzeker: men ziet aan de ene kant verbanden met de oudste vormen van het woord water of nat (Litouws vanduõ of Oudpruisisch wundam), waarbij winter oorspronkelijk het natte jaargetijde betekent. Aan de andere kant zien etymologen een gelijkenis met wit, vanwege de kleur van de sneeuw (oudiers: find): het witte jaargetijde.

Het is echter lastig te verklaren omdat het allereerste oudnederlandse gebruik van winter helemaal niet lijkt op andere aloude talen zoals het Grieks (χειμών, cheimṓn), Latijn (hiems) of zelfs het oergermaans: gima. Winter is zo oud, dat het (net als tijd) ook in het Indo-Europees voorkomt: een soort overkoepeling van allerlei klanken en oertalen die op elkaar lijken. Ook deze spreekt van het fundament ‘gheim’, ‘ghim-‘ of ‘ghiem-‘.

Wel is duidelijk dat men in Europa kort na de Romeinse tijd massaal varianten op Uuinter ging gebruiken: in het Oudengels zei men winter, het Oudhoogduits wintar, in het Oudnoors vetr en in het Gotisch (een uitgestorven Germaanse taal) zei men wintrus. Tja, dan blijft er maar één verklaring over: men was gewoon helemaal klaar met het uitspreken van die verdraaide ch-!

Nog een leuk feitje: Waarom de winter precies op 21 december begint? Dat hebben we aan de stand van de zon te danken: de zon schijnt op die dag ’s middags precies over de denkbeeldige lijn de Steenbokskeerkring. En als ‘ie op  21 maart ’s middags loodrecht tegenover de evenaar staat, begint de lente!

Meer etymologievoer: de vrolijke herkomst van kerst
Wist je dat… wereld officieel staat voor leeftijd van de mens?