De grenzeloze herkomst van tijd

Net als een heleboel andere zaken op de wereld, hebben wij op een zekere dag het concept ‘tijd’ uitgevonden. Secondes, uren, het wachten op de bus, een gezellig avondje dat veel te vroeg eindigt… Tijd is absoluut, maar ook relatief. Sommige wetenschappers zien tijd zelfs als de vierde dimensie. Zijn letterlijke betekenis: een opeenvolging van ogenblikken. Maar wat is nou de etymologie, ofwel de herkomst van tijd?

Bij Te Allen Tijde haalde ik het al even aan, maar in het oudnederlands, nog voor het jaar 1000, kwam het woord tijd al voor. ‘Ne faruuirp mi an tide eldi’ (verwerp mij niet in de periode van ouderdom) is volgens de Etymologiebank een van de eerst bewaarde keren. Ook in deze vroege vorm van het Nederlands, had tijd dus al nagenoeg zijn huidige betekenis (periode). Rond 1100 werd tide verbasterd tot tijt of, voor de Friezen onder ons, tiid (Oudfries: tid).

Een Indo-Europees woord

So far so good, right? Het bijzondere is echter dat ons woord voor tijd niet afgeleid is van de oudste vormen van dit concept. Die Oude Grieken spraken bijvoorbeeld over χρόνος (chronos) als ze het over het fenomeen tijd hadden en de Romeinen hadden het over tempus. Naar alle waarschijnlijkheid is tijd afgeleid van het oudgrieke woord voor verdelen: δαιέστηαι (daiesthai).

Tijd is namelijk een zogenoemd Indo-Europees woord. Zo noemt men de oorsprong van taalklanken en -vormen over een gebied dat zich uitstrekt van West-Europa tot aan India. Zie het als een (hele oude) overkoepelende paraplu voor alle verschillende talen in dit gebied. De klanken die binnen deze paraplu geassocieerd werden met tijd of verdelen, zijn onder andere ‘dih-’, ‘deh-’ of ‘ti-‘.

In het oudsaksisch en oudengels sprak men over tid, het oudhoogduits zei zĩt en in Noorwegen zeiden ze vroeger tið. Kijken we iets verder: in Armenië (een land rechts van Turkije) zeiden ze ‘ti’ als ze ouderdom of tijd bedoelden. Zelfs nog verder, in het oudindisch (de taal die ze in het oude India spraken) is met dāti een variant van dit woord te vinden. Diens betekenis? Hij verdeelt. Ruim 3000km van Griekenland. Bijzonder hé?

Volgens het Etymologisch Woordenboek uit 1997 is de grondbetekenis van tijd dus niet periode of moment, maar indeling!

De herkomst van het concept tijd

Dat tijd zo’n wijdverspreid woord is, komt omdat mensen al lang geleden beseften dat het meten van periodes best handig kan zijn. Gezien men toen geen hippe Apple Watch-horloges had, maakten ze gebruik van de rotatie van de aarde en de stand van de zon. Zo hadden die Oude Egyptenaren al in 1500 voor Christus (dat is dus 3500 jaar geleden!) bedacht dat een zogenaamde zonnewijzer hier best handig voor was. Zo konden ze door de schaduw van de zon exact zien hoe lang ze nog piramides konden bouwen voor het nacht werd. Het aflezen van zo’n zonnewijzer, is misschien wel de eerste, echt tastbare vorm van tijd geweest.

Daarnaast is de herkomst van tijd te wijten aan ons, de mens. Met de minuut worden wij een stukje ouder. We worden klein, jong en schattig geboren en worden op een gegeven moment oud, gerimpeld en grijs. Tijd geeft hierom in sommige talen niet alleen een periode aan, maar ook het passeren ervan. In het oude Armenië zeiden ze immers niet alleen ti als ze tijd bedoelden, maar ook als ze refereerden naar ouderdom.

Wie de echte bedenker van het concept is? Dat is helaas niet te achterhalen. De tijd zal het leren!

Leuk feitje: De basis voor de kalender die wij nu gebruiken, is op 45 voor Christus ingevoerd door de Romeinse keizer Julius Caesar. Deze bevatte zelfs al een schrikkeljaar om de vier jaar. 1500 jaar later bleek deze echter nét niet nauwkeurig genoeg.